Trap

Iets wil herinnering zijn. Van stof tot nadenken
ben ik. Ik vergeet mijn slaap en ga de trap af

in mijn hoofd. Niet de nacht maar mijn gezicht
is donker. Ik moet gaan waar het op aankomt want

bij de minste twijfel kraakt en ontwaakt het huis.
De curve van mijn hand is mijn nachthouvast.

Mijn treden zijn geteld. Maar zoals verwacht verrast
de begane grond. De voordeur gooit een mes

van licht. De wind ranselt droge bladeren.
Ik ga de straat op, de openbare plek in mezelf,

en zie de vormen die mijn angst aanneemt:
erker, auto, stoeprand, park in de verte.

Als ik nu ga, wanneer zal ik dan terugkeren
naar het tijdstip waarin het huis verdwijnt?

(Verschenen in:
Deus Ex Machina 2004
Een volle maan met onze handen ernaast)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s