Alles van aarde

alles van aarde

Advertenties

Een lectuur van “Het zingen van de wereld” van Marc Tritsmans

HET LEEK OF WIJ WAREN HET ZELF

“Het zingen van de wereld” bepaalt de plaats van de mens. Bij – of misschien dankzij – gebrek aan een meesterplan van een almachtige god is het de dichter die fungeert als kompas. Met Marc Tritsmans komt de lezer thuis in een soms stuurloze wereld.

“Het zingen van de wereld” is een pleidooi voor menselijkheid, door die mens te vinden in wat hem omringt; in de natuur die soms onbewogen, ongenadig of weerbarstig is, maar ook weerloos, verwelkomend of barstend van levensdrift. De mens is wat zon, maan, graniet, zee en boom zijn: een evenwichtsoefening, een stuwende bloedsomloop, verwarring, geroezemoes, oorverdovend feestgedruis. De mens en zijn wereld, de wereld en zijn mens; ze mogen elkaar bevoelen en beluisteren, koesteren en dragen. De maan mag haar arm om ons heen slaan. Als zonnebloemen mogen we in de war zijn wanneer de zon haar gelaat even bedekt. In tijden van polarisatie is deze bundel een getuige van samenhorigheid.

Marc Tritsmans ziet de kwetsbaarheid van wereld en mens en dat maakt zijn gedichten krachtig en vitaal. Bij hem is er geen plaats voor cynisme of afstand; wel het lef om met open blik en met verwondering te kijken naar wat voorbij is en wat komt, de durf om ondanks alle zinloosheid toch te blijven proberen en te kiezen voor de hoop en het leven.

Marc Tritsmans is de dichter van het kijken. Wie zijn gedichten leest, krijgt een uitzicht op de wereld en op zichzelf. Dat uitzicht oogt bedrieglijk eenvoudig. Maar de taal staat strakgespannen, de woorden zijn messcherp, de punten en hoofdletters overboord gegooid, de strofen uitgebalanceerd, de beelden kristalhelder. Zoals de schilder het onzichtbare wil vangen, zo vangt Marc Tritsmans het onzegbare. Zoals de jongen met zijn vergrootglas de zon bedwingt, zo bedwingt deze bundel het bestaan.

Marc Tritsmans is de dichter van de weemoed. De eindigheid zingt voortdurend mee. Er zijn dingen die groter zijn dan wij en ons voorafgaan. Er is de hoop van het nooit voorbijgaan en het besef van voorbij zijn. Het mooie is dat, in het licht van dit alles, er gejubeld en liefdevol gefluisterd wordt. Hoe verloren de mens ook is, hij blijft verlangen.

Als wij weg zijn, blijft de wereld zingen. Als je deze bundel dichtslaat, blijven de gedichten zingen. Na het lezen van deze poëzie is er geen weg terug. De wereld is voorgoed anders. Voorgoed rijker. Voller. Intenser. Menselijker.