Mensen hebben poëzie nodig (na het lezen van “Alles komt terug” van Antoon Van den Braembussche)

Omdat in “Alles komt terug” de afwezigheid van woorden verdriet is, bezoekt Antoon Van den Braembussche de achterkant van de taal. Daar waar muren oren hebben en zingen en waar de kastanjes barsten van geluk. Want enkel daar kan het onuitsprekelijke gezegd worden. Enkel daar vinden beelden, klanken, ritmes, strofen en witregels hun volle betekenis in glasheldere en tegelijk suggestieve gedichten. Enkel daar is er de troost van woorden die soms bandeloos zijn en dan weer worden vastgehouden, zoals het licht in een koffielepel of de nerven in een berkenblad.

Door het naamloze te noemen, raken we de dingen en de mensen om ons heen aan en worden we ook zelf aangeraakt. We zien de dingen voor het eerst écht en in dat zien laten we de wereld bestaan in al zijn complexiteit: de bomen en de paarden, roerloosheid en beweging, de mist boven maïsvelden, zon en schaduw, de eikenhouten tafel, de droom en de adem, de dagen die struikelen, het heel even en het voor eeuwig, de tijd die gestold wordt tot een ogenblik dat herinnert aan wat voorafgaat.

Zo is elk gedicht een spoor van wat ooit geluidloos was en wordt de stilte voorzichtig aangeraakt, en daarmee ook de dood die alles woordeloos achterlaat. Gelukkig is er de dichter die zich verzet tegen verstarring en betekenisloosheid en koppig blijft geloven in het steeds opnieuw geboren worden.

Zo is elk gedicht een ophouden met sterven.

En daarom hebben mensen poëzie nodig.

Een gedachte over “Mensen hebben poëzie nodig (na het lezen van “Alles komt terug” van Antoon Van den Braembussche)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s