Wat poëzie met de wereld doet – na het lezen van “Nergens in het bijzonder” van Jana Arns

nergens in het bijzonder

Het leven lijkt bij Jana Arns vaak te bestaan uit gemis. De wereld is onvolmaakt, onvoldragen en niet zelden gekwetst. Er is een vader die op reis is. Een moeder moet dichtgroeien en herstellen van een dochter terwijl het kind beseft dat het geen cadeau was. De geliefde staat dubbelgeparkeerd in het hoofd van de ander of is een bui die overtrekt. Mensen staan lek, vervallen als voedingswaren; ze worden als huizen leeggehaald en wanneer de dagen labyrinten worden van doodlopende herinneringen valt er weinig meer te doen dan porto te drinken met ingekaderde mensen. Verzadiging, wordt ergens geconstateerd, is een slechte minnaar.

Dat klinkt hard en dat is het ook. De poëzie van Jana Arns gaat het leven niet uit de weg. Er wordt niet geromantiseerd. Er wordt geconstateerd; precies, helder en trefzeker. Alle zweverige ballast die zo vaak bij poëzie lijkt te horen is overboord gegooid. Dit zijn confronterende gedichten.

Maar achter die eerste, kale indruk gaat zoveel meer schuil. Er is niet enkel het leven dat, ondanks alle boodschappenlijstjes, altijd iets tekort komt. Er is mededogen, kwetsbaarheid, tragiek, verzet, twijfel, levensdrift en hoop.

Ogenschijnlijk eenvoudige vaststellingen krijgen een zinderende diepgang. Er is het menselijk gemis van een huis dat meer kamers heeft dan nodig. Er is de dreiging wanneer iemand ’s morgens recht uit bed in de diepte stapt. Er is de bevreemding van koffers die gepakt worden, ook al gaat men niet weg. Er is het besef dat mensen elkaar vernieuwen zoals men met meubilair doet. Er zijn de dromen die ingekleurd worden met verf die enkele gedichten later van de gesprekken afbladdert. Er zijn de nooit ophoudende dingen die moeten gebeuren; zelfs een moeder moet nog altijd haar tafels oefenen. Men houdt illusies levendig en het einde op afstand, ook al beseft men dat een dagcrème de nacht niet kan wissen.

Wat vooral aanwezig is, is veel poëzie: beelden, formuleringen, ritmes, paradoxen, weglatingen, motieven en herhalingen waarin onvermoede betekenissen ontstaan. Er is in elk gedicht een vederlichte, speelse taal die ademruimte geeft aan de chaos van de wereld.

En er is de taal. De mensen in de gedichten hebben elkaar niet voor het zeggen. Soms zeggen ze niets en zelfs dat wordt niet gehoord. Het is duidelijk: taal redt de wereld niet. En ook niet de mensen. Wat ze wel doet – wanneer ze uitgeklaard wordt zoals in deze gedichten – is een nieuw, bijzonder perspectief bieden.

Misschien lijkt poëzie nog het meest op de slapeloosheid die in de bundel ter sprake komt. De slapeloosheid kwelt, maar biedt tegelijk ook een aantal zekerheden, hoe je in een bed ook wakker kan liggen, bijvoorbeeld. Zo is het ook met deze poëzie. Ze kwelt, maar biedt ook de zekerheid dat de dingen iets betekenen. Slapelozen stellen dromen bij; de gedichten van Jana Arns doen net hetzelfde. Op een genadeloos mooie manier.

In de bundel komen dansers zonder toekomstmuziek voor. Die toekomstmuziek wordt geboden door de poëzie. De wereld is misschien nergens in het bijzonder. Wat deze poëzie doet, is de wereld een plaats geven: ergens in het bijzonder.

(“Nergens in het bijzonder” Jana Arns, Uitgeverij P)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s