Brief aan het geluk (na het lezen van ‘De zee is een zij’ van Jan van meenen)

Dierbaar geluk,

Ik kwam u onlangs tegen. Niet – zoals gewoonlijk – in de ogen van degenen die me lief zijn, of in hun dromen of hun wensen. Nee, ik ontmoette u op een plek waar ik u allerminst had verwacht: de poëzie. U weet even goed als ik dat de poëzie een veel bezochte en veilige haven is voor hartzeer, zielenleed en kommer van allerhande slag. Niet zo in ‘De zee is een zij’ van Jan van meenen.

Ik zag dat u veel gedaantes hebt. Ik zag u op manieren zoals ik u nog nooit had gezien.

U bent ‘het af en toe van een zuchtje zee’ met het ‘glans over glans glijden’ van ‘overrimpelend water’ en het ‘het lippen op de vloedlijn’. Ik zag u in schelpen, ‘gekgestreeld’ ‘zatgedanst’ ‘zo vrouwenbinnenkant’.

U bent een speeltuin, ‘de wulpste hof van Eden’ ‘die buitensporig kraait en trost en kriebelt’ ‘één en al gebloei, gegeur, gegons, gewikkel, zo’n tuin’ vol ‘uitbundig uit de hand gelopen vreugde’‘ die zwelt en ratelt onder de regen’ en waarin geuren van kruiden ‘zingen onder de vingers’.

U bent jong, in een ‘geur van nieuw en nauwelijks’, maar u glijdt ook de tijd uit om ‘niets te hoeven dan wat louter leuk’.

U bent het ‘zonzalig’ licht dat languit gaat liggen op een onbeschreven blad. Het licht waarvan engelen gemaakt zijn. En wanneer de lucht ‘vuilniszakkengrijs’ is, bent u de herinnering aan ‘poedersuikerlicht’.

U bent de nacht met de maan ‘van saffraan’, ‘het huid aan huid van sneeuw aan sneeuw’, het mirakel van ‘een bad dat zich vult met uit een rots geslagen water’.

U bent de liefde, twee mensen samen, ‘het zachtste samen dat ik ken, niets dan wij’, ‘een wolk wijfelende minaars’, ‘het snijpunt van miljarden strelingen’ en de bladstilte van een lichaam dat slaapt.

Soms bent u geen woorden, ‘zuinige zinnen’. ‘Jij zwijgt je mooi’ en verzwemt je ‘sprakeloos in lucht en asem’.

U bent de taal die zich niet laat beteugelen door het keurslijf van de grammatica. U bent ‘zoemende woorden’, ‘tomeloos losgeslagen gekte’. U bent de zinnelijke taal, ‘gestreeld, gestold en stilgelegd’.

U bent een dichter, een ‘mooiprater’.

U bent ‘de plek om naar terug te keren’, het genot om de gedichten in ‘De zee is een zij’ van Jan van meenen te lezen en te herlezen.

Voor dit alles wil ik u bedanken.

Met vriendelijke groeten,

Jan Geerts

Vanmeenen-Dezeeiseenzij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s