Enkele vaststellingen na het lezen van GOLDBERG VARIATIES van Guido De Bruyn

Is het niet de droom van elke dichter om zanger te zijn? Om niets anders te doen dan te zingen en de toehoorder met wat schijnbaar achteloze noten te raken? Verlangt niet elke dichter naar de poésie pure waarin woorden zijn wat ze zijn: woorden, en elk gedicht een gebeuren? Is niet elke dichter een (klein)zoon/dochter van meesterzangers Gezelle en Van Ostaijen? Guido De Bruyn niet in het minst? Wie zijn gedichten aandachtig leest, hoort muziek. De lettergrepen worden noten, de witregels stilte, de lectuur ritme. Zelfs in de textuur van het gevergeerde papier kan men notenbalken zien.

In GOLDBERG VARIATIES gaat het voortdurend op en neer op de trampoline van taal. Tussen leven en dood, tussen de snuifdoos en het heelal, stapsteen en sluitsteen, Weltschmerz en parasol, verdriet en de troost van het getal klinkt – meerstemmig en na elk gedicht steeds dwingender – de dialectiek van het bestaan.

In GOLDBERG VARIATIES zijn woorden dus woorden, maar ook zoveel meer. Bach is niet enkel de componist die in 1741 zijn klavierboek publiceert. Bach is ook simol-la-do-si, een familiegeschiedenis, een woord dat de mens overstijgt. GOLDBERG VARIATIES gaat over zoveel en doet dat zo ongedwongen dat het soms amper opvalt: een druppel drogend op het linnen, de doornen waaraan de verbeelding zich lijkt te prikken, het rijm van een aria, Jesu en brood, mevrouw weldra en mijnheer mijns inziens. De woorden steken de hand uit en reiken naar elkaar. Echo’s bevolken de verzen, over de grenzen van de gedichten heen, maar ook ver buiten het kaft van de bundel: Middleton, WH Auden, Breughel, Icarus, Mattheus, Singer naaimasjien.

Sommige gedichten staan in harmonieus notenbalkschrift op een stuk envelop. Wat er in de brief stond die in de envelop zat, daar heeft de lezer het raden naar. Maar misschien is dat poëzie: de hand die fluistert, het raadsel aan de overkant, de gesloten poort, want te wachten ligt oneindig diep wat niet wordt uitgesproken. Geen toeval ongetwijfeld, dat de titel verzonken ligt in het kaft. Guido De Bruyns gedichten lijken in de eerste plaats een indruk te willen nalaten. Het is de schaduwrand van de woorden die blijft nazinderen.

Omdat we nooit genoeg krijgen van sommige muziekstukken, daarom bestaan deze gedichten.

(GOLDBERG VARIATIES, Guido De Bruyn, Uitgeverij P, 2017)

Advertenties