Je armen staan zich voor het raam

Je armen staan zich voor het raam
nog te ontsluiten. Je hoort iets weg-
tikken achter je rug. De kamer komt
nooit terug. De tijd is voorbij.

Geluk is buiten. Tussen de bomen
lopen kinderen. Een huis is hen te klein.
Je telt tot tien en roept hun naam.
Ze verstoppen zich om niet verloren te zijn.

Want wat niet weg is gezien.

(Verschenen in:
De brakke hond, 2003
Tijdverdriet en andere seizoenen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s